Foto albums

Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen in de school

De leerkrachten maken van de volgende middelen gebruik om vorderingen van leerlingen te kunnen volgen en het dagelijks werk te beoordelen:

  • gesprek met ouders van nieuw aangemelde kinderen om zicht te krijgen op de ontwikkeling van het kind.
  • observaties aan de hand van Kijk! 1 en 2, een leerlingvolgsysteem voor jonge kinderen.
  • observaties aan de hand van Kijk! 3 en 4, een leerlingvolgsysteem voor het iets oudere kind.
  • vorderingenlijsten Veilig Leren Lezen (groep 3).
  • beoordelingen voor reken-, taal- en leesvakken + de bijbehorende toetsen.
  • toetsen van het Cito Leerlingvolgsysteem.
  • proefwerken biologie, aardrijkskunde, geschiedenis en Engels (bovenbouw).
  • werkstukken/spreekbeurten/powerpointpresentatie (bovenbouw).

Bij het beoordelen van de leerlingen via het Cito Leerlingvolgsysteem wordt uitgegaan van een vaste toetslijn. Een serie landelijk genormeerde, niet methodegebonden toetsen, die op vaste momenten worden afgenomen. Deze toetsen omvatten de vakgebieden taal, rekenen en lezen.
Naast het volgen van reken-, taal- en leesresultaten wordt per jaar ook de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen in beeld gebracht. Voor de groepen 1 t/m 4 wordt 2 keer per jaar de Kijkregistratie ingevuld. Voor de groepen 5 t/m 8 is dit 2 keer per jaar de sociaal-emotionele
ontwikkelingslijst. Na iedere Citotoets of na het invullen van de lijsten voor sociaal-emotionele ontwikkeling, worden de resultaten door de groepsleerkrachten met de Internbegeleider besproken. De aandacht gaat hierbij uit naar de leerlingen met zwakke resultaten en problemen op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Daarnaast is er extra aandacht voor leerlingen die een versnelde ontwikkeling doormaken.
Indien dit het geval is wordt er gewerkt volgens een vastgesteld protocol voor getalenteerde leerlingen, genaamd: ‘Digitaal Handelingsprotocol hoogbegaafdheid’ (DHP). Dit is een heel duidelijk uitgewerkt protocol (stappenplan) ontwikkeld door een tweetal ontwikkelingspsychologen te weten: Sylvia Drent en Eleonoor van Gerven.
Niet alle kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong zijn echter hoogbegaafd te noemen.
Tijdens een onderzoek worden kinderen doorgetoetst. Zij krijgen de Cito leerlingvolgsysteemtoetsen aangeboden van een steeds hoger wordend niveau, zolang hun score een A plus -score is.
Tot slot geven alle verzamelde gegevens een helder beeld van de grootte van de ontwikkelingsvoorsprong van een leerling op een bepaald gebied. Op grond van die voorsprong wordt de begeleiding bepaald.
De nieuwe leerstof heeft tot doel de leerling uit te dagen en enthousiast te maken voor nieuwe zaken waarbij hij/zij diverse werk- en onderzoeksvormen kan gebruiken.